WBE Tussen Voer en IJse plant 1,2 km heggen voor de Geelgors en andere akkervogels

De Wildbeheereenheid (WBE) Tussen Voer en IJse blijft zich onvermoeibaar inzetten voor meer biodiversiteit in het Nationaal Park Brabantse Wouden. Voorbij winters planten vrijwilligers bijna 1,2 kilometer aan inheemse struiken en bomen aan op vijf locaties in Tervuren, Bertem en Huldenberg. Deze nieuwe heggen komt vooral ten goede aan akkervogels zoals de Geelgors en Patrijs, soorten die het in Vlaanderen de laatste decennia bijzonder moeilijk hebben.

Investering in biodiversiteit
Voor dit project werd in totaal € 23.079  geïnvesteerd. Daarvan werd € 16.155 gesubsidieerd via een Projectsubsidie Soorten van het Agentschap Natuur & Bos (ANB). De resterende € 6.924 werd gedragen door de leden van WBE Tussen Voer en IJse zelf – een stevig engagement dat de betrokkenheid en passie van de vrijwilligers onderstreept. 

Samenwerking met regionale partners

Sommige stukken werden volledig aangeplant door de vrijwilligers van de WBE, terwijl andere stukken gerealiseerd werden met hulp van Regionaal Landschap Dijleland vzw. VZW Veldwerk biedt soortgericht advies voor de Geelgors en zal de aanplanten mee monitoren. Ook de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) wordt nauw betrokken bij deze projecten, vooral voor het aanleggen van bufferstroken en faunarijke akkers in samenwerking met lokale landbouwers. Zo ontstaat een geïntegreerd landschap waarin natuur, landbouw en fauna in evenwicht kunnen samenleven.

Vrijwilligers in actie.

 

Inheemse struiken als levenslijn voor akkervogels
De heggen liggen te midden van landschappelijk waardevol landbouwgebied en zorgen zo voor permanente ecologische structuren in dit dynamische landschap. De aanplant bestaat uit streekeigen soorten: Meidoorn (Crataegus monogyna), Sleedoorn (Prunus spinosa), Hondsroos (Rosa canina),  Rode kornoelje (Cornus sanguinea), Veldesdoorn (Acer campestre), Haagbeuk (Carpinus betulus).
Deze struiken en bomen zijn als lijnvormige kleine landschapselementen (KLE’s) aangeplant, in 2-5 rijen met een plantafstand van 0,5 à 1 meter tussen de planten. KLE’s als permanente structuren zijn het cruciale fundament in een Geelgorshabitat. Het aanplanten ervan is een rechtstreekse quick-win voor meer Geelgorsterritoria. Nederlands onderzoek toont aan dat 1 km extra heg of houtkant in een cluster van de Geelgors het aantal territoria met 1,8 tot 2,6 kan doen toenemen (Van Buggenum, 1990). Ook in de Brabantse Wouden leert de praktijk dat grote aanplantingen uit het verleden via de Vlaamse landmaatschappij ( VLM) en Regionaal landschap Dijleland (RLD) nu vol Geelgorskoppeltjes zitten en zo de robuuste kernpopulaties vormen.







Een mooi ontwikkelde haag met een grasbufferstrook erlangs.

Heggen als bron voor voedsel en bescherming

Aanplant tussen berm en akker, palen als bescherming bij het bermmaaien.
Beheerde heg, zo kan deze weer met vernieuwde kracht en denser uitgroeien.

Voor akkervogels, en zeker de Geelgors, zijn zulke structuren van groot belang. De Geelgors broedt graag in stukjes die wat wilder en minder beheerd zijn binnen zo’n heg. Een dicht stukje met wat ruigte of bramenstruiken erlangs vormt de ideale plek voor een nest. De hoger uitgegroeide struiken dienen dan weer als zang- of uitkijkpost.

De Geelgors leeft vooral van zetmeelhoudende zaden zoals granen, gras- en onkruidzaden, maar tijdens het broedseizoen zijn ze aangewezen op rupsen, spinnen en andere ongewervelden om hun jongen groot te krijgen. De heggen trekken dan ook heel wat insecten en vooral hun rupsen aan, die op dan weer op hun beurt voedsel vormen voor allerlei zangvogels. Zo zien we dat de Sleedoornpage, een zeldzame vlinder, het heel goed doet in deze heggen. De bessen van de aangeplante struiken zijn dan weer bijzonder waardevol voor andere vogelsoorten, zoals Merel, Zanglijster, en tal van wintergasten zoals Koperwiek en Kramsvogel.

Variatie in een heg of houtkant is de sleutel tot succes. Daarom beheren de vrijwilligers van de WBE verschillende van deze landschapselementen. Bij de aanplant worden ze regelmatig vrijgezet om overwoekering door braam, netel of grassen te voorkomen. Eventuele uitval wordt vervangen volgende winter. De heggen mogen breed uitgroeien,  waarna om de paar jaar in blokken de heg wordt teruggezet (hakhout) om dichte dekking tegen de bodem te bewerkstelligen. Zo ontstaan dynamische, levende habitats die in elk seizoen iets te bieden hebben voor akkervogels en andere soorten.

 

Nieuwe aangeplante heg op talud in Leefdaal.
Diezelfde heg 1,5 jaar alter

 

Omvorming sparrenbosje als voorbeeld

Eén perceel werd volledig uit productie genomen en ter beschikking gesteld voor biotoopverbetering in waardevol akkerland. De voormalige aanplant van fijnsparren is volledig gerooid en afgevoerd. In de plaats daarvan werd het perceel omzoomd met een brede heg bestaande uit drie rijen struiken van inheemse soorten. Binnen de heg wordt het terrein niet opnieuw ingezaaid of bewerkt, maar mag het spontaan evolueren naar een ruig, permanent grasland. Dit type vegetatie trekt dan weer heel wat insecten aan, die kunnen er hun eieren afzetten, overwinteren en populaties opbouwen. Vooral omdat de bodem niet meer bewerkt worden krijgen de bodembewonende insectensoorten weer veel kansen.
Zo kan bv de Gele weidemier (Lasius flavus) hier weer ondergrondse nesten maken. Deze mierennesten zijn dan weer een geliefkoosd hapje voor een jong gezin patrijzen die dit komen open scharrelen op zoek naar de miereneitjes, dé eiwitbommetjes om zo’n jonge kuikentjes groot te krijgen.
Meerdere wetenschappelijke bronnen wijzen de achteruitgang van insecten aan als een van de voornaamste oorzaken van de afnemende aantallen akkervogels – naast toenemende predatiedruk en verlies aan geschikt leefgebied. Blijvende ruigtes en grasland dragen een stuk beter bij aan insectenrijkdom en het herstel van akkervogels dan eenjarige wildakkers.

De ringvormige aanleg van de heg biedt bijkomende voordelen. Ze beschermt het perceel tegen windinvloeden, spuitverwaaiing en extreme weersomstandigheden, terwijl de geleidelijke overgangen tussen heg, ruigte en open akker zorgen voor extra ecologische gradiënten in het landschap.





Nest Gele weidemier (Lasius flavus).

Tien jaar inzet voor natuurherstel

De WBE Tussen Voer en IJse bestaat uit geëngageerde vrijwilligers en jagers die zich dagelijks inzetten om het evenwicht tussen natuur, landbouw en wild te bewaren.

Biodiversiteit staat voorop, benadrukt de WBE. Al meer dan tien jaar planten en onderhouden we kleine landschapselementen zoals heggen, houtkanten en poelen. Dat komt tal van diersoorten ten goede, zeker akkervogels zoals Patrijs, Veldleeuwerik en Kievit, die het hier heel moeilijk hebben. Ook bloemenweides en faunastroken helpen insecten en akkervogels overleven.

Dankzij de ANB-subsidie en de samenwerking met regionale partners kon de WBE haar werking verder uitbreiden over meerdere gemeenten en tegelijk de lokale biodiversiteit een stevige duw in de rug geven.


Dat doen we steeds in overleg met alle betrokkenen,”klinkt het. We vragen iedereen met dezelfde open blik naar ons werk te kijken: samen kunnen we ervoor zorgen dat natuur, landbouw en wild in evenwicht blijven.

In samenwerking met:

 
 

 

Cookies

Deze website maakt mogelijk gebruik van cookies die u in staat stellen om uw ervaring op onze site te personaliseren, ons te vertellen welke delen van onze website mensen hebben bezocht en ons inzicht te geven in het gebruikersgedrag, zodat we onze communicatie en producten kunnen verbeteren.

Instellingen   Info  

OK

Instellingen

Deze cookies zijn essentieel om u in staat te stellen door onze website te bladeren en de functies te gebruiken.
Deze cookies maken het mogelijk informatie op te slaan die de manier waarop een website zich gedraagt of eruitziet verandert, zoals instellingen voor uw voorkeurstaal of regio.
Deze cookies verzamelen informatie over hoe u onze website gebruikt. Deze cookies worden ook gebruikt om affiliates te laten weten of u via een affiliatie naar een van onze websites bent gekomen. Alle informatie die deze cookies verzamelen, wordt geaggregeerd en daarom anoniem.

Info most common cookies

Cookie Name  Value  ExpiresTypedescription